You love it or you hate it.

TAC behoort met Dog, Keezbord, Sorry! en nog wat familieleden tot de racespellen waarbij de spelers hun pionnen rond het bord bewegen door het uitspelen van kaarten tot ze hun thuisbasis bereiken. Met speciale kaarten kan je acties uitvoeren anders dan vooruit bewegen. TAC heeft van alle familieleden het beste in planning, tactiek en interactie tussen spelers, en is daarmee de topper in deze groep van spellen.

De componenten

Een speelbord met het spoor (64 posities lang) en per speler een basis en het huis, vier kogels in elk van de vier kleuren, 104 kaarten, spelregels en spelershulp voor de speciale kaarten.

Het spel

Iedere speler heeft een partner die aan de andere kant van het bord zit, en wordt gespeeld in rondes. Aan het begin van een ronde krijgt iedere speler vijf kaarten. Na melding of je op het bord kan komen – een kaart hebt om van de basis op het spoor kan komen – ruilt een speler een kaart met de partner. Vervolgens worden om de beurt steeds één kaart gespeeld tot alle vijf de kaarten zijn gespeeld. Dan krijgt ieder 5 nieuwe kaarten (of zes in elke vijfde hand) en begint een nieuwe ronde.

Normaal is bewegen met de klok mee van opzetpunt, het bord rond en het huis in. Kogels kunnen elkaar niet passeren, maar als je precies op een andere kogel uitkomt, dan gaat die terug naar zijn basis. Blokkeren kan dus, maar er is altijd een risico dat je er dan af wordt gegooid. Verder is er de regel dat als je kan spelen, dan moet je ook spelen, zelfs al is dat nadelig voor jezelf of je partner. Zo kan je gedwongen zijn jezelf of je partner van het bord te gooien. Alleen in het huis zijn de kogels veilig.

TAC wordt leuk door de speciale kaarten, waarvan een deel overeenkomt met de kaarten uit de spelfamilie.

- Met 1 of 13 mag je een kogel van basis naar het spoor brengen, of 1 of 13 vooruit op het spoor.

- Met de 4 ga je 4 achteruit. Erg leuk: een kogel opzetten, één, twee of drie stappen vooruit doen, en dan met de 4 “achteruit inparkeren” in het huis.

- Met de 7 zet je een totaal van 7 stappen, verdeeld over je eigen kogels. Handig om de tegenstander uit de weg te ruimen als deze je blokkeert. Maar soms een vervelende kaart als je partner voor je staat.

- Met de 8 kan je de volgende speler een kaart laten afgooien zonder dat deze effect heeft, of zelf 8 lopen. Een gemene kaart als je partner achter die speler klaar staat om deze van het bord af te gooien.

- Er zit geen 11  in het spel, dus op 11 afstand ben je relatief veilig.

- Met de Trickster kan je twee kogels van plaats wisselen.  In tegenstelling tot bij de familieleden hoeft daarbij geen eigen kogel betrokken te zijn. Twee kogels van de tegenstanders die vlak voor hun huis staan kunnen plotseling nog een half bord rond moeten lopen.

- Met de Engel zet je voor de tegenstander een kogel vanuit de basis op het bord.  Is al wat minder ‘engelachtig’ als die tegenspeler net zelf een kogel op het bord heeft gezet.

Met de Nar worden de handkaarten naar de speler rechts van je. Als de tegenspelers op het bord kunnen komen en jij en je partner niet is dit een fantastische kaart. Of als je prutkaarten hebt is de hand van de speler links van je wellicht beter. Maar ook een kaart die je vernietigende blikken van je partner kan opleveren.

- Met de Krijger sla je met een van je kogels de eerstvolgende kogel van het bord, ongeacht de afstand.
Soms kan je er grote afstanden in één zet mee overbruggen. Maar als het nu je partner is die de hele tijd voor je neus staat …

- Met de Duivel speel je namens de speler links van je: mijn zijn hand en zijn kogels.
En dan doet die speler links van je rare dingen: gooit zijn partner van het bord, helpt zijn tegenspelers of rent zijn eigen huis voorbij om een ‘ereronde’ te maken.

- Tot slot is er de TAC, de meesterkaart waar het spel zijn naam aan ontleent. Met deze kaart maak je de vorige zet ongedaan en neem je de gespeelde kaart over.
Bijvoorbeeld: de speler rechts van je heeft met een 1 een kogel op het spoor gezet. Met de TAC gaat die er weer af en krijg je gebruikt zelf die 1 om een kogel op het spoor te zetten. TAC op TAC levert vaak spektakel.

Het spel is niet afgelopen als je al jouw kogels in het huis hebt. Je gaat dan verder met de kogels van je partner. Dit maakt dat het eindspel een stuk sneller gaat, maar leidt soms ook tot coördinatieproblemen om de laatste kogel precies in het huis te krijgen. Het gebeurt regelmatig dat de laatste kogel meerdere ‘ererondes’ mag lopen, want overleggen tijdens het spel mag niet. Alleen de kaart die aan het begin bij iedere hand wordt geruild en de volgorde waarin je partner de kaarten speelt geven je informatie over zijn hand.

Love it, hate it

Er zijn mensen die de spellen in deze spelfamilie haten en zelfs TAC niet kunnen waarderen. En toegegeven, er zijn frustrerende momenten als je niet op het bord kan komen en een ronde lang alleen maar kaarten afgooit. En dan kom je een keer op het bord en dan wordt je er vanaf ‘geTACt’. Er blijft een element van geluk zitten in de kaarten die te krijgt.

Aan de andere kant krijg je zoveel handen in een spel dat het tactische element overheerst. De communicatiemisverstanden en de keren dat je, per ongeluk of gedwongen door de regels, de plannen van je partner verstoort, de tegenspelers die op het meest ongelukkige moment een Duivel of Trickster spelen, … En ook een briljante 1 – 2 – 4 combinatie waarmee een ‘luie kogel’ zonder het bord rond te gaan in een vloek en een zucht in het huis komt, of iemand die op 11 afstand veilig dacht te zijn van het bord af ’Krijgeren’. Het hoort allemaal bij TAC en dat is waarom “I love it”. En als je daar de lol niet van kan inzien, kan je beter gaan schaken, go’en, dammen of een ander volledig deterministisch spel spelen.

TAC

Pluspunten: Mooi spelmateriaal, tactiek belangrijk met een beperkte geluksfactor

Minpunt: Prijs is fors, kan niet anders dan met 4 spelers, (te) kleine spelershulpkaartjes

Waardering: 9

Auteur: Kolja Sparrer

Uitgever: TAC Verlag

Aantal spelers: 4

Speelduur: 45-75 minuten

BGG-score: 7,1 (155)

15.png